zaterdag 21 april 2012

Muziek


 Dit liedje is bedoeld voor de kleuters, wij gaan alles voor muziek doen aan de hand van dit liedje.

De les:

Tijdens deze les komen er drie begrippen aan bod van muziek, namelijk:
-       Luisteren tijdens de muziekles.
-       Het zingen en aanleren van muziek.
-       Het noteren en vastleggen.

Doel van de les:
Aan het eind van de les kunnen de leerlingen het liedje “in ons huis” zingen.

Voorbereidingen die getroffen moeten worden:
-       Er moeten verschillende geluiden in huis opgenomen worden.
-       Zorgen voor een mogelijkheid om deze geluiden af te spelen.
-       Een groot vel papier.
-       Een dikke stift.
-       Praatplaat van een huis.

De les:
-       De les begint met het luisteren van een geluid uit huis. Hierbij moeten de leerlingen raden wat het geluid is en op de praatplaat wijzen ze aan waar dit geluid thuishoort.
-       Ditzelfde wordt bij nog een paar andere geluiden uit huis gedaan.
-       De leerkracht vertelt de leerlingen dat hij/zij een leuk liedje heeft over geluiden in huis.
-       De leerkracht zingt het liedje voor.
-       Om het nummer bekender te maken voor de leerlingen zingt de leerkracht het lied nog een keer voor (de leerlingen die denken dat ze al een deel mee kunnen zingen, mogen mee zingen), maar dit keer moeten de kinderen erop letten welke geluiden er in het huis te horen zijn.
-       Er wordt besproken welke geluiden er te horen zijn. Samen met de klas wordt besproken hoe deze uitgebeeld kunnen worden. Ook wordt er een beweging verzonnen bij "maar ik luister goed, want ik wil alles horen".
-       De leerkracht zingt het lied nog een keer (de leerlingen mogen al proberen mee te zingen), de bewegingen worden bij de geluiden gemaakt.
-       Het zingen van het lied en het uitbeelden van de geluiden wordt nog een paar keer herhaald.
-       Leerkracht vraagt aan de leerlingen hoe de regel "soms klinkt het heel er hard" gezongen kan worden. En hoe dan de regel "soms klinkt het heel erg zacht".
-       Het lied wordt nog een keer gezongen, maar nu met de gebaren en het harder en zachter zingen.
-       Het lied wordt nog een paar keer gezongen.
-       De leerkracht stelt aan de klas voor om het nummer op een of andere manier op te schrijven zodat iedereen weet en ziet waar ze zijn met zingen en hoe het liedje verder gaat.
-       De leerkracht vraagt aan de kinderen hoe de woorden “in ons huis” zo getekend kunnen worden zodat iedereen in de klas snapt waar het over gaat. Dit teken tekent de leerkracht helemaal links bovenin (het begin van de vastlegging). Om deze tekening wordt een vierkant getekend (voor het overzicht).
-       Vervolgens vraagt de leerkracht hetzelfde over het stukje “klinken heel veel geluiden” Deze tekening komt rechts van de eerste tekening te staan.
-       Zo gaat de leerkracht samen met de klas heel het nummer af.
-       Wanneer het vastleggen van het lied klaar is wordt het lied gezongen en wijst de leerkracht steeds aan waar ze zijn.
-       Het lied kan zo nog een paar keer herhaald worden, als hier nog aandacht/behoefde voor is.

Mindmap van muziek:

Zingen en aanleren van muziek:
 
Dit nummer heeft als doelgroep de kleuters.

-       Om de leerlingen kennis te laten maken met het nummer zingt de leerkracht het nummer eerst een keer voor.
-       De leerkracht vraagt aan de leerlingen waar het liedje over gaat, de leerlingen denken hierover na en antwoorden. Eventueel zingt de leerkracht het lied nog een keer.
-       Om het nummer bekender te maken voor de leerlingen zingt de leerkracht het lied nog een keer voor (de leerlingen die denken dat ze al een deel mee kunnen zingen, mogen mee zingen), maar dit keer moeten de kinderen erop letten welke geluiden er in het huis te horen zijn.
-       Er wordt besproken welke geluiden er te horen zijn. Samen met de klas wordt besproken hoe deze uitgebeeld kunnen worden. Ook wordt er een beweging verzonnen bij "maar ik luister goed, want ik wil alles horen".
-       De leerkracht zingt het lied nog een keer (de leerlingen mogen al proberen mee te zingen), de bewegingen worden bij de geluiden gemaakt.
-       Het zingen van het lied en het uitbeelden van de geluiden wordt nog een paar keer herhaald.
-       Leerkracht vraagt aan de leerlingen hoe de regel "soms klinkt het heel er hard" gezongen kan worden. En hoe dan de regel "soms klinkt het heel erg zacht".
-       Het lied wordt nog een keer gezongen, maar nu met de gebaren en het harder en zachter zingen.
-       Het lied wordt nog een paar keer gezongen, totdat het goed gaat of totdat de leerlingen het niet meer vol houden. Wanneer het laatste het geval is kan er een andere keer verder geoefend worden.

Spelen op instrumenten:

Dit doen we op het net aangeleerde nummer, "in ons huis". Deze les wordt gegeven in de kring.

-       Het lied wordt nog een keer gezongen voor de herhaling.
-       De leerkracht haalt verschillende muziekinstrumenten tevoorschijn.
-       De leerkracht vraagt een leerling naar voren te komen en een van de muziekinstrumenten te bespelen. De rest luistert goed.
-       De leerkracht vraagt aan de klas of dit geluid gebruikt kan worden om een van de geluiden in huis na te spelen. Zo ja welk geluid? Dit muziekinstrument wordt apart gelegd.
-       Hetzelfde wordt gedaan met de andere muziekinstrumenten. Ook wordt er een geluid gezocht voor de regel "maar ik luister goed, want ik wil alles horen".
-       Van ieder muziekinstrument zijn er minimaal 2 aanwezig. De leerkracht deelt de gekozen muziekinstrumenten willekeurig uit. De leerlingen met muziekinstrumenten bespelen hun muziekinstrument wanneer er over het bijpassende geluid gezongen wordt, de leerlingen zonder muziekinstrument zingen het liedje.
-       De instrumenten kunnen gewisseld worden.
-       De leerkracht geeft de leerlingen met muziekinstrument de instructie om heel hard te spelen bij het stukje "soms klink het heel erg hard" en zachtjes te spelen bij het stukje "soms klinkt het heel erg zacht". 
-       Nu kan het liedje nog een paar keer gespeeld worden.


Noteren en vastleggen:
 
We gaan dit doen aan de hand van het aangeleerde nummer.

-       Het lied “in ons huis” wordt nog een keer gezongen/herhaald.
-       De leerkracht vraagt aan de kinderen hoe de woorden “in ons huis” zo getekend kunnen worden zodat iedereen in de klas snapt waar het over gaat. Dit teken tekent de leerkracht helemaal links bovenin (het begin van de vastlegging). Om deze tekening wordt een vierkant getekend (voor het overzicht).
-       Vervolgens vraagt de leerkracht hetzelfde over het stukje “klinken heel veel geluiden”. Deze tekening komt rechts van de eerste tekening te staan.
-       Zo gaat de leerkracht samen met de klas heel het nummer af.
-       Wanneer het vastleggen van het lied klaar is wordt het lied gezongen en wijst de leerkracht steeds aan waar ze.
-       Het lied kan zo nog een paar keer herhaald worden, als hier nog aandacht/behoefde voor is.

Luisteren tijdens de muziek les:
Neem geluiden op in huis. Zorg dat je geluiden uit allerlei kamers hebt, zoals de telefoon, de waterkoker, de computer, de wekker, een hamer, de klok, de tv, spelende kinderen enz. Laat de kinderen raden wat het geluid is. Eventueel kun je ze vragen of ze weten uit welke kamer het geluid komt. Gebruik hier een praatplaat van het huis bij, waar de kinderen naar kunnen kijken terwijl ze luisteren. Sommige geluiden kun je in meerdere kamers horen.

Voorbeeld van een praatplaat (voor grote versie zie de mindmap):



Voorbeelden van geluiden die opgenomen kunnen worden:
-       Het bad dat volloopt
-       De deurbel die gaat
-       Iemand die zijn/haar haar föhnt
-       De telefoon die gaat
-       Iemand die zich scheert
-       Klok die tikt
-       De stofzuiger

Bewegen op muziek:
-       Het nummer “in ons huis” is in de vorige lessen aan geleerd, aan de hand van een paar kleine bewegingen. In deze les worden deze bewegingen vergroot en de “lege stukken” worden opgevuld.
-       Om te beginnen wordt het liedje “in ons huis” herhaald/gezongen.
-       De leerkracht wijst de leerlingen erop dat de bewegingen die ze maken al bijna op een dansje lijkt. De leerkracht stelt voor om er een echt dansje van te maken.
-       De leerkracht stelt voor om terwijl de leerlingen het liedje zingen er vrij bewegingen bij te maken.
-       Een paar leerlingen mogen hun beweging aan de klas voordoen. De rest probeert deze bewegingen na te doen.
-       De leerkracht bespreekt met de klas hoe de “kleine” bewegingen groter gemaakt/gedaan kunnen worden.
-       Deze bewegingen worden stap voor stap ingevoerd in de muziek.
-       Wanneer dit goed lukt kan de leerkracht samen met de klas op zoek gaan naar een beweging om de tijd op te vullen wanneer er nog geen bewegingen zijn.
-       Het liedje wordt nog een paar keer gezongen met het hele dansje erbij.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen